Interview

Sarannah Vonk

‘Verhalen spreken aan, overtuigen en zorgen voor verbinding’

Niet alleen TED-sprekers hebben verhalen die het waard zijn te vertellen, jij ook! En dat is goed nieuws, want met herkenbare, persoonlijke verhalen kun je mensen enthousiasmeren en verbinden, aldus Sarannah Vonk. Hoe je dat aanpakt, legt de trainer en partner bij De Monchy & Bakker haarfijn uit in Een goed verhaal is het halve werk. Dankzij sprekende praktijkvoorbeelden, handige tips en oefeningen krijg je direct zin om aan de slag te gaan.

Kim Buitenhuis | Mirjam van der Linden | 29 april 2026 | 8-12 minuten leestijd

Hoe kwam je op het idee voor Een goed verhaal is het halve werk?

Als trainingsbureau zijn we gespecialiseerd in hoe je jouw ideeën kunt overbrengen op anderen. Zo geven we al jarenlang trainingen in het maken en geven van presentaties, en daar zit ook een handboek bij. Sinds acht jaar weten we ook alles over storytelling. Dat heeft raakvlakken met presenteren, omdat het ook gaat over iets dat je vertelt en op anderen overbrengt. Toch is het net een andere tak van sport, omdat het veel meer draait om de persoon die iets vertelt; wie ben je en waarom doe je wat je doet?

Juist in grote organisaties is het belangrijk om dat te kunnen vertellen. Zo worden we veel ingehuurd door grote bedrijven in de energiesector, telecomsector en de financiële sector waar veel mensen werkzaam zijn met een technisch beroep. Mensen doen uiteindelijk zaken met mensen, dus is het van belang dat je ‘de mens’ laat zien, zodat je op die manier ook de gunfactor krijgt. Lang verhaal kort: bij onze storytelling training mistte alleen nog een boek…

En in dat boek deel je ook over die allereerste keer dat je zelf de magie van storytelling ontdekte, vertel!

Die dag startte met een presentatie van de directeur van een internationaal consultancybureau over de recente fusie en nieuwe strategie; gortdroge informatie over beoogde omzet en doelen. Na deze presentatie gaven we dezelfde groep medewerkers een workshop Storytelling met als doel elkaar beter leren kennen. Kleine groepjes gingen aan de slag met de vraag: waarom werk je voor dit bedrijf?

Binnen een mum van tijd was de sfeer compleet omgeslagen. Waar iedereen ’s ochtends nog gapend de grootste moeite had om zijn aandacht bij de presentatie te houden, zat diezelfde groep ’s middags geïnteresseerd naar elkaar te luisteren, lachte samen en had echt aandacht voor elkaar. Aan het einde vertelde een aantal hun verhaal, en dacht ik: wat een leuk bedrijf! Zo werd direct duidelijk dat niet de papieren werkelijkheid en feiten, maar juist de persoonlijke verhalen aanspreken, overtuigen en voor verbinding zorgen.

Je maakt in Een goed verhaal is het halve werk ook duidelijk dat niet iedereen staat te springen om een persoonlijk verhaal te delen. Waardoor voelen mensen een drempel?

Dit kan komen door de verwachting dat het perfect moet zijn. Het is goed om ergens een lat te leggen, maar die kan je ook in de weg zitten. Daarbij vinden veel mensen het persoonlijke aspect ook lastig, omdat ze denken dat het niet interessant is. Denk aan reacties als: ‘Vinden collega’s het niet raar als ik ineens ga vertellen over mijn vakantie, terwijl we het zouden hebben over een zakelijk product?’ Als je het niet gewend bent, dan is het ook spannend om iets over jezelf te vertellen.

Jij stelt jezelf in jouw boek ook kwetsbaar op door je eigen eerste keer op de zeepkist te delen…

Waar ik gespannen begon en zenuwen voelde, kreeg ik meer zelfvertrouwen toen ik merkte dat mijn publiek niet wegliep en me ook niet uitlachte, maar naar me keek, aandachtig luisterde en enthousiast knikte. Die magische verbinding tussen degene die iets persoonlijks deelt en het luisterende publiek die herkenning ervaart en nieuwsgierig wordt, zie ik elke keer weer ontstaan. Je ziet een twinkeling in de ogen van de verteller, en de enthousiaste reactie van de luisteraar die door herkenning en nieuwsgierigheid vaak zelf ervaringen gaat delen en vragen gaat stellen. Zo ontstaat de verbinding.

Hoe maak je een verhaal persoonlijk?

Vind iets persoonlijks dat je wil delen, zoals wie je bent, waarom je doet wat je doet of waarom je gelooft in een project. En probeer daarbij jezelf kwetsbaar op te stellen. Dat is natuurlijk heel spannend, want je weet niet welke reactie je gaat krijgen. Maar vaak zijn het meer je eigen overtuigingen die je daarbij in de weg zitten.

Je behandelt diverse vormen, waaronder het wie ben ik- en waarom ben ik hier-verhaal, met aansprekende praktijkvoorbeelden zoals dat van ondernemer Martijn van Rheenen…

In het NRC Handelsblad legt Martijn in een interview uit dat hij als ondernemer geïnvesteerd heeft in de opvang van daklozen, omdat hij zelf een periode van zijn vijftiende tot twintigste thuisloos is geweest. Elke keer was er steeds op een cruciaal moment iemand die een hand naar hem uitstak, zo vertelt hij. Daarmee maakte hij direct duidelijk dat dit geen actie is om even het imago van zijn onderneming op te poetsen, maar dat hij een heel persoonlijke drijfveer heeft. Zijn verhaal is rond, het pakt en je onthoudt het daardoor ook eerder.

Welk praktijkvoorbeeld laat in jouw ogen goed zien hoe je als manager jouw team kunt enthousiasmeren voor je plannen?

Het vuurtorenverhaal – een verhaal dat concreet en herkenbaar is, de weg wijst, inspireert en uitnodigt om bij te dragen – van Allard Droste. Deze schrijver en ondernemer inspireerde zijn toenmalige collega’s van het Rotterdamse metaalbedrijf Aldowa met de magie van dromen. Op het moment dat hij hoorde over de Markthal van Rotterdam die twee jaar later gebouwd zou worden, printte hij de architectentekening uit, hing die op het whiteboard op kantoor en bestelde taart met diezelfde tekening erop.

‘Jongens, we hebben taart!’ riep hij tegen zijn collega’s, en zei wijzend op de tekening: ‘Kijk, die hebben wij gemaakt.’ Zijn collega’s verklaarden hem eerst voor gek. Er waren allemaal concurrenten, ze hadden de opdracht nog lang niet binnen. Maar Allard bleef zijn geloof op deze manier uiten. Hij plantte hierdoor een zaadje bij zijn eigen team dat er ook in begon te geloven. Daarnaast ging het al snel rondzingen, concurrenten trokken zich terug en de gemeente stond op de stoep, omdat ze mooie dingen hadden gehoord. Twee jaar later heeft Allard met zijn team de Markthal gemaakt. Dit is een geweldige manier om ervoor te zorgen dat jij je team meekrijgt en iedereen in jouw idee gaat geloven.

Een andere aansprekende verhaalvorm is het ‘ik-weet-wat-je-denkt-verhaal’...

Deze vorm komt veel voor en helpt als je vooraf weet dat er mogelijk weerstand kan zijn tegen het idee dat je gaat delen. Als je die weerstand negeert, dan lukt het niet om je idee door te voeren. Je kunt beter direct benoemen waarom mensen mogelijk weerstand voelen tegen verandering door een boekje open te doen over je eigen ervaring met weerstand, en hoe je daarmee bent omgegaan. Dat kan ervoor zorgen dat mensen zich durven open te stellen, hun zorgen uiten en het gesprek aangaan. Vanaf dat punt kun je samen zoeken naar een manier om die zorgen bijvoorbeeld weg te nemen.

Wat als je totaal geen idee hebt waar te beginnen?

Soms zit je vast en dan komt inspiratie je niet aanwaaien. Dankzij verschillende oefeningen kom je direct op gang. Zo staan er onder de noemer verhalenversnellers allemaal zinnetjes in het boek die helpen om te prikkelen, te inspireren, zodat je in een flow komt, van alles kunt uitproberen en op die manier ook je eigen verhaal kunt schrijven.

Wat is een goede manier om je verhaal verder aan te scherpen?

In de training laten we mensen hun verhaal tekenen, als een storyboard uit een film, en het is waanzinnig om te zien hoe dat een verhaal verder brengt. Al is de eerste reactie vaak: ‘Maar ik kan helemaal niet tekenen…’ Daar gaat het ook niet om. Door jouw verhaal te tekenen heb je meer aandacht voor de zintuigen, en ga je echt kijken naar losse scènes waardoor je veel bewuster wordt van de bouwstenen van je verhaal.

Het zorgt ervoor dat je het opnieuw gaat herleven en op bepaalde details inzoomt die je eerder niet vertelde. Wat verdient jouw focus? Hierdoor lukt het bijvoorbeeld ook beter om onder woorden te brengen hoe je je voelde of wat iets teweegbracht. Je ziet ook duidelijk wat er nog mist, en of je verhaal wellicht sterker is in een andere volgorde.

Welke vooroordelen over storytelling wil je graag van tafel vegen?

Dat het een trucje is: als je dit even toepast, dan ben je binnen. Op die manier misbruik je verhalen. Daarom doe ik ook altijd een beroep op de moraalridder in mensen: gebruik het ten goede, want het kan je zoveel macht geven als jij een verhaal vertelt en mensen gaan erin geloven. Denk dus niet: als ik het een beetje opleuk, dan fiets ik mijn plan er wel doorheen. Het moet wel echt en goed doordacht zijn.

Gebruik dus ook geen verhaal van iemand anders, want dat is ook niet echt en oprecht. Daar kan je met je gevoel niet bij. Dat is niet jóuw verhaal. En onthoud: je hebt zelf de regie over wat je wel of niet deelt. Het is goed om je te realiseren dat je op je werk heus niet alles van jezelf hoeft te laten zien.

Je stelt ook: betere luisteraars maken betere vertellers…

Dit punt is ook voor managers erg belangrijk, want als je een goede luisteraar bent, dan kun je veel effectiever zijn als manager. Luisteren heeft alles te maken met de kunst van het nieuwsgierig zijn. Vaak denken mensen dat ze alles al hebben meegemaakt en alles al weten, met als valkuil dat ze niet meer openstaan voor het geluid van hun team.

Vertellers en luisteraars heb je beide nodig. Het is goed om zo nu en dan van rol te wisselen, omdat de luisteraars ook verhalen hebben die het waard zijn om te vertellen en de vertellers ook af en toe gewoon een keer mogen luisteren. Wie weet wat die andere rol jou brengt!

Wat hoop je tot slot voor de toekomst?

Juist in deze tijd waarin mensen veel thuiswerken en er veel veranderingen zijn, is het belangrijk om dat menselijke contact te koesteren. Bovendien is elkaar verhalen vertellen rond het kampvuur zo oud als de ontdekking van het vuur. En dat is ook precies wat we hier tijdens de training nabootsen; de tafels gaan aan de kant, en we gaan in een kring rond een kleed zitten. Daardoor ben je veel kwetsbaarder, en kun je elkaar ook beter aankijken. Uiteindelijk ontdek je op deze manier dat feiten verhalen nodig hebben om overtuigender te zijn. Zo’n corporate campfire gun ik iedereen!

In Een goed verhaal is het halve werk laat Sarannah Vonk zien hoe je storytelling inzet om te verbinden, te overtuigen en echt impact te maken - juist in organisaties waar inhoud vaak de boventoon voert. Het boek is uiteraard verkrijgbaar bij Managementboek.

Over Kim Buitenhuis

Kim Buitenhuis is freelance journalist voor diverse (online) magazines en mediabureaus, waaronder Grazia, Marie Claire en Ouders van Nu.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

    Personen

      Trefwoorden