trefwoord
Toepasselijk recht: welk recht geldt bij internationale rechtsverhoudingen?
Bij internationale rechtsbetrekkingen rijst steeds de vraag: welk recht is van toepassing? Een Nederlandse werkgever met een Belgische werknemer, een huwelijk tussen partners met verschillende nationaliteiten, een verkeersongeval in Duitsland met een Nederlandse bestuurder – in al deze situaties moet worden bepaald welk nationaal rechtsstelsel de rechten en plichten van partijen regelt. Dit is de kern van het toepasselijke recht.
Het toepasselijke recht wordt bepaald door het internationaal privaatrecht (IPR), ook wel conflictenrecht genoemd. Dit rechtsgebied bevat verwijzingsregels die aangeven welk nationaal recht moet worden toegepast op een internationale rechtsverhouding. De keuze van het toepasselijke recht is niet vrijblijvend: het bepaalt materiële rechten en plichten van partijen en kan grote gevolgen hebben voor de uitkomst van een geschil.
Boek bekijken
De drie kernvragen van internationaal privaatrecht
Het IPR kent drie fundamentele vragen bij grensoverschrijdende rechtsverhoudingen. Ten eerste: welke rechter is bevoegd (internationale rechtsmacht)? Ten tweede: welk recht is van toepassing op de rechtsverhouding? En ten derde: wordt een buitenlands vonnis in Nederland erkend en ten uitvoer gelegd?
De vraag naar het toepasselijke recht vormt het hart van het IPR. Anders dan bij de bepaling van rechtsmacht, waarbij procedurele aspecten centraal staan, gaat het bij toepasselijk recht om de materiële kant: welke nationale wetgeving bepaalt of een huwelijk rechtsgeldig is, of een arbeidsovereenkomst rechtsgeldig kan worden beëindigd, of een partij aansprakelijk is voor schade?
Boek bekijken
Auteurs die schrijven over 'toepasselijk recht'
Toepasselijk recht in het personen- en familierecht
Bij internationale gezinssituaties speelt de vraag naar het toepasselijke recht voortdurend. Welk recht geldt voor de totstandkoming van een huwelijk tussen partners met verschillende nationaliteiten? Onder welk recht valt een echtscheiding? Welk recht bepaalt de omgang met kinderen na een scheiding?
Het Nederlands IPR kent voor deze vragen specifieke aanknopingspunten. Vaak speelt de nationaliteit of de gewone verblijfplaats een rol. Maar ook Europese verordeningen zoals Rome III (voor echtscheiding) en de Alimentatieverordening hebben invloed op het toepasselijke recht. De verwijzingsregels zijn complex en vereisen specialistische kennis.
Boek bekijken
Spotlight: A.P.M.J. Vonken
Boek bekijken
Huwelijk en geregistreerd partnerschap: welk recht geldt?
De totstandkoming en ontbinding van een huwelijk of geregistreerd partnerschap roept ingewikkelde vragen op over het toepasselijke recht. Moet worden gekeken naar het recht van het land waar de partners trouwen, naar hun gemeenschappelijke nationaliteit, of naar hun gewone verblijfplaats?
Het IPR maakt onderscheid tussen de formele geldigheid (de vormvereisten) en de materiële geldigheid (de inhoudelijke voorwaarden) van een huwelijk. Voor elk aspect kunnen andere verwijzingsregels gelden. Ook de vermogensrechtelijke gevolgen van een huwelijk worden door het toepasselijke recht bepaald – een aspect dat grote financiële consequenties kan hebben bij een echtscheiding.
Boek bekijken
Inleiding tot het Nederlandse Internationaal Privaatrecht Bij het bepalen van het toepasselijke recht moet scherp onderscheid worden gemaakt tussen verschillende deelvragen: geldigheid van het huwelijk, vermogensrechtelijke gevolgen en echtscheiding kunnen elk onder een ander rechtsstelsel vallen.
Arbeidsrecht: bescherming van de werknemer bij internationale dienstverbanden
Grensoverschrijdende arbeid is in Europa gemeengoed. Nederlandse werknemers werken in België, Polen of Duitsland. Buitenlandse werknemers zijn werkzaam bij Nederlandse werkgevers. Dit roept de vraag op: welk arbeidsrecht is van toepassing?
De Rome I-verordening bevat specifieke regels voor het toepasselijke recht op arbeidsovereenkomsten. Daarbij geldt een beschermingsbeginsel: de werknemer mag niet verstoken blijven van de bescherming die dwingende bepalingen van het recht van zijn gewone werkland hem bieden. Partijen kunnen wel een rechtskeuze maken, maar deze mag de werknemer niet benadelen ten opzichte van de bescherming die het recht van het werkland biedt.
Boek bekijken
Internationale handelscontracten: partijautonomie en rechtskeuze
Bij internationale commerciële contracten geldt in beginsel het principe van partijautonomie: partijen mogen zelf kiezen welk recht van toepassing is op hun contract. Deze rechtskeuze moet wel uitdrukkelijk of met redelijke zekerheid uit de bepalingen van het contract of de omstandigheden blijken.
Zonder rechtskeuze wijzen de verwijzingsregels van de Rome I-verordening het toepasselijke recht aan op basis van karakteristieke aanknopingspunten. Voor een koopovereenkomst is dat bijvoorbeeld het recht van het land waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft. De keuze van het toepasselijke recht heeft grote invloed op de interpretatie van het contract en de rechtsgevolgen bij wanprestatie.
Boek bekijken
De Europese dimensie: harmonisatie van verwijzingsregels
De Europese Unie heeft op veel terreinen de verwijzingsregels voor het toepasselijke recht geharmoniseerd. Verordeningen zoals Rome I (contractuele verbintenissen), Rome II (niet-contractuele verbintenissen) en Rome III (echtscheiding) zorgen ervoor dat in alle EU-lidstaten dezelfde regels gelden voor de bepaling van het toepasselijke recht.
Deze harmonisatie vergroot de rechtszekerheid en voorspelbaarheid voor burgers en ondernemingen die grensoverschrijdend actief zijn. Het voorkomt forum shopping en zorgt ervoor dat de uitkomst van een geschil niet afhangt van de vraag in welke lidstaat een procedure wordt gestart. Voor zakelijke geschillen binnen de EU is kennis van deze Europese verordeningen onmisbaar.
Boek bekijken
Het toepasselijke recht is niet slechts een technische kwestie, maar bepaalt fundamenteel de rechten en plichten van partijen bij een internationale rechtsverhouding. Uit: Handboek Internationaal Privaatrecht 2021
Bijzondere vraagstukken: van verkeersongevallen tot insolventie
Bepaalde rechtsgebieden kennen specifieke complicaties bij het bepalen van het toepasselijke recht. Bij verkeersongevallen speelt bijvoorbeeld de vraag welk recht geldt voor de aansprakelijkheid: het recht van het land waar het ongeval plaatsvond, het recht waar het voertuig is geregistreerd, of het recht van de gewone verblijfplaats van betrokkenen?
Ook bij grensoverschrijdende insolventie is de vraag naar het toepasselijke recht complex. Welk recht geldt voor de curatorbevoegdheden, voor zakelijke rechten, voor verrekening? De Europese Insolventieverordening biedt weliswaar enig houvast, maar kent uitzonderingen en beperkingen die in de praktijk tot lastige vraagstukken leiden.
Boek bekijken
Boek bekijken
Verborgen recht: het herkennen van het toepasselijke recht
Een bijzondere dimensie van de problematiek van toepasselijk recht is het verschijnsel van 'verborgen privaatrecht'. Dit begrip verwijst naar situaties waarin onduidelijk is welk recht daadwerkelijk moet worden toegepast. Juristen moeten leren het toepasselijke recht te herkennen en te identificeren, ook wanneer dit niet expliciet uit wet of vonnis blijkt.
Het vinden van het toepasselijke recht vereist een grondige analyse van de juridische situatie, kennis van de verwijzingsregels, en inzicht in de verhouding tussen verschillende rechtsstelsels. Deze vaardigheid is essentieel voor iedere jurist die met internationale rechtsverhoudingen te maken heeft.
Spotlight: Roel Westrik
Boek bekijken
Toepasselijk recht in Boek 10 BW
In Nederland zijn de regels over toepasselijk recht neergelegd in Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek. Dit boek bevat de conflictregels voor verschillende rechtsgebieden: personen- en familierecht, erfrecht, verbintenissenrecht, zakenrecht en meer. Het vaststellen van het toepasselijke recht is de kernfunctie van deze regelgeving.
Boek 10 BW moet worden gelezen in samenhang met Europese verordeningen die op bepaalde terreinen voorrang hebben. De verhouding tussen nationaal IPR en Europees IPR is complex en vraagt om voortdurende bijscholing van rechtspraktijkmensen.
Boek bekijken
Boek bekijken
Conclusie: het toepasselijke recht als fundament van internationale rechtsbetrekkingen
Het bepalen van het toepasselijke recht is geen abstracte theoretische exercitie, maar heeft directe en ingrijpende gevolgen voor de rechten en plichten van partijen. Of een huwelijk rechtsgeldig is, of een werknemer beschermd wordt tegen ontslag, of een contractspartij schadevergoeding moet betalen – het hangt allemaal af van welk nationaal rechtsstelsel van toepassing is.
In een geglobaliseerde wereld met steeds meer grensoverschrijdende contacten is kennis van het IPR en de regels over toepasselijk recht onmisbaar. Zowel voor particulieren als voor ondernemingen geldt: bij internationale rechtsverhoudingen moet altijd de vraag worden gesteld welk recht van toepassing is. Alleen dan kunnen partijen hun rechten en plichten correct inschatten en voorkomen zij onaangename verrassingen.
De literatuur over toepasselijk recht is omvangrijk en divers. Van algemene handboeken tot gespecialiseerde studies over deelgebieden: voor iedere rechtspraktijkman of student die zich in dit fascinerende rechtsgebied wil verdiepen, is er ruim aanbod. Het verdient aanbeveling om naast de Nederlandse literatuur ook internationaal georiënteerde werken te raadplegen, omdat het IPR bij uitstek een rechtsgebied is dat nationale grenzen overstijgt.