trefwoord
Minimumbelasting: waarom grote spelers meer moeten afdragen
Jarenlang wisten multinationale ondernemingen en vermogende particulieren via slimme constructies hun belastingafdracht tot een minimum te beperken. Winsten verdwenen naar laagbelastende jurisdicties, terwijl de rekening werd neergelegd bij gewone burgers en het mkb. De minimumbelasting is een antwoord op precies dit probleem. Internationaal gaat het om een minimumtarief van 15% voor grote multinationals, neergelegd in de zogenoemde Pijler 2 van de BEPS 2.0-hervormingen van de OESO. In Nederland is dit vertaald in de Wet minimumbelasting 2024. Tegelijkertijd klinkt er een ander geluid: economen zoals Gabriel Zucman bepleiten een minimumbelasting op vermogen voor de allerrijksten. Op deze pagina brengen we de belangrijkste literatuur over dit onderwerp bij elkaar.
De Nederlandse wet: 15% voor grote ondernemingen
Vanaf 2024 geldt in Nederland een wettelijke ondergrens voor de belastingafdracht van grote multinationale en binnenlandse ondernemingen. De wet is een directe implementatie van internationale OESO-afspraken en treft bedrijven met een geconsolideerde omzet van meer dan 750 miljoen euro. Een van de gezaghebbende stemmen op dit terrein is E.J.W. Heithuis, hoogleraar belastingrecht aan de Universiteit Utrecht en een van de auteurs van het standaardwerk over deze materie.
Spotlight: E.J.W. Heithuis
Boek bekijken
Van BEPS naar Pijler 2: de internationale voorgeschiedenis
De Wet minimumbelasting 2024 is niet uit het niets ontstaan. Ze is de uitkomst van een langdurig internationaal proces dat begon met het BEPS-project (Base Erosion and Profit Shifting) van de OESO. Wie de wet echt wil begrijpen, moet ook de weg ernaartoe kennen. Maarten de Wilde, hoogleraar internationaal en Europees belastingrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, beschrijft die ontwikkeling in samenhang.
Spotlight: Maarten de Wilde
Boek bekijken
Van BEPS tot de Wet minimumbelasting 2024 De minimumbelasting is niet slechts een technische maatregel, maar het resultaat van tientallen jaren internationaal onderhandelen. Wie de wet wil toepassen, doet er goed aan de politieke en economische logica erachter te begrijpen — anders mist men de geest achter de letter.
Studeren op de minimumbelasting: naslagwerken en cursusmaterialen
Voor studenten en fiscale professionals die de minimumbelasting willen doorgronden als onderdeel van het bredere vennootschapsbelastingrecht, zijn er enkele goed toegankelijke werken beschikbaar. Jan van de Streek (Universiteit van Amsterdam en Loyens & Loeff) en Arthur Hofman (PwC) zijn twee van de auteurs die de stof helder en gestructureerd ontsluiten.
Boek bekijken
Boek bekijken
Een minimumbelasting voor de superrijken
Naast de minimumbelasting voor multinationals klinkt er internationaal een ander voorstel: een vermogensbelasting van minimaal 2% voor mensen met meer dan honderd miljoen euro. De architect van dit idee is de Franse econoom Gabriel Zucman, verbonden aan de London School of Economics. Zijn werk gaat over de vraag waarom miljardairs effectief minder belasting betalen dan gewone werknemers — en hoe dat te veranderen valt. Dat is een andere discussie dan Pijler 2, maar raakt aan hetzelfde principe: iedereen betaalt zijn eerlijk aandeel.
Spotlight: Gabriel Zucman
Boek bekijken
"Miljardairs betalen minder belasting dan hun secretaresses. Dat is geen ongeluk — het is de uitkomst van decennia aan politieke keuzes. En politieke keuzes kunnen worden teruggedraaid." Uit: Miljardairs betalen geen inkomstenbelasting en daar gaan we een eind aan maken
Conclusie: minimumbelasting als correctie op een scheefgegroeid stelsel
Of het nu gaat om de Pijler 2-wetgeving voor multinationals of om Zucmans voorstel voor superrijken: de minimumbelasting is in essentie een correctie op een stelsel dat decennialang de facto een vrijbrief gaf aan wie groot genoeg was om zich creatief te organiseren. De literatuur op deze pagina laat zien hoe breed het onderwerp is: van technische wetgeving en academische analyse tot maatschappelijke urgentie en politiek debat. Voor fiscalisten, studenten en betrokken lezers biedt de collectie een stevig fundament om dit complexe terrein te doorgronden.