trefwoord
Goede trouw: fundamenteel beginsel in het recht
Goede trouw behoort tot de kernbeginselen van ons rechtssysteem. Het vereist dat partijen zich eerlijk, integer en loyaal gedragen in hun onderlinge rechtsbetrekkingen. Wie te goeder trouw handelt, doet dit oprecht en zonder kwade bedoelingen. Het beginsel werkt door in talloze rechtsgebieden: van contractenrecht tot bestuursrecht, van goederenrecht tot insolventierecht.
De afgelopen decennia heeft het begrip goede trouw een opmerkelijke ontwikkeling doorgemaakt. Waar het aanvankelijk vooral als civielrechtelijk beginsel fungeerde, kreeg het geleidelijk een bredere toepassing. Tegelijkertijd verschoof de nadruk van goede trouw naar de ruimere begrippen redelijkheid en billijkheid, die vandaag de dag een centrale plaats innemen in ons burgerlijk recht.
Boek bekijken
Van goede trouw naar redelijkheid en billijkheid
In het Nederlands burgerlijk recht functioneert goede trouw niet langer als zelfstandig rechtsbeginsel, maar is het vervlochten met de beginselen van redelijkheid en billijkheid. Deze begrippen vormen de maatstaf waaraan het gedrag van contractspartijen wordt getoetst. Artikel 6:2 BW bepaalt dat schuldeiser en schuldenaar zich moeten gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid.
Deze transformatie markeert een belangrijke verschuiving in het rechtsdenken. Waar goede trouw een meer subjectieve lading had – het ging om de goede bedoelingen en het vertrouwen van een partij – hebben redelijkheid en billijkheid een objectievere betekenis gekregen. Ze verwijzen naar wat in een bepaalde situatie maatschappelijk aanvaardbaar en rechtvaardig wordt geacht.
Boek bekijken
Goede trouw in contractuele verhoudingen
In de contractuele praktijk speelt goede trouw een veelzijdige rol. Partijen moeten tijdens de onderhandelingsfase reeds te goeder trouw handelen: informatie niet achterhouden, geen valse verwachtingen wekken, en rekening houden met elkaars gerechtvaardigde belangen. Deze precontractuele goede trouw kan verstrekkende gevolgen hebben. Wie in een vergevorderd onderhandelingsstadium plotseling afhaalt zonder goede reden, riskeert aansprakelijkheid.
Ook tijdens de uitvoering van de overeenkomst blijft goede trouw relevant. Het bepaalt mede hoe contractuele bepalingen moeten worden uitgelegd en toegepast. Een letterlijke toepassing van een contractsbepaling kan onder omstandigheden in strijd zijn met de eisen van redelijkheid en billijkheid, waardoor die bepaling buiten toepassing blijft of wordt aangepast.
Spotlight: E.J.H. Schrage
Boek bekijken
Misbruik van recht: de keerzijde van goede trouw
Het leerstuk van misbruik van recht vormt de schaduwzijde van goede trouw. Iemand die formeel binnen zijn rechten blijft, maar die rechten uitoefent op een manier die evident in strijd is met wat redelijkheid en billijkheid verlangen, maakt zich schuldig aan misbruik van recht. Dit kan zich voordoen wanneer iemand een bevoegdheid gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is verleend, of wanneer de uitoefening disproportioneel is ten opzichte van het ermee gediende belang.
De spanning tussen formele rechtmatigheid en materiële rechtsbetamelijkheid vormt een terugkerend thema in de rechtspraak. Steeds opnieuw moet worden afgewogen of een partij die zich beroept op een strikte contractuele bepaling of een wettelijk voorschrift, dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid wel kan doen.
Boek bekijken
Goede trouw en rechtsverkeer: bescherming van derden
Een bijzondere toepassing van goede trouw betreft de bescherming van derden in het rechtsverkeer. Wie te goeder trouw – dus in de oprechte veronderstelling rechthebbende te zijn – een goed verwerft van iemand die niet bevoegd was daarover te beschikken, kan onder voorwaarden toch geldig eigenaar worden. Deze regeling beschermt het vertrouwen in de rechtsschijn en bevordert de rechtszekerheid in het economisch verkeer.
De vraag of iemand te goeder trouw is, hangt af van wat hij wist of behoorde te weten. Wie de ogen sluit voor signalen die op onbevoegdheid wijzen, kan zich niet op goede trouw beroepen. Het recht stelt hogere eisen aan professionele partijen dan aan particulieren: van hen mag worden verwacht dat zij doorvragen en onderzoek doen.
Boek bekijken
Boek bekijken
Goede trouw in het insolventierecht
In het insolventierecht speelt goede trouw een cruciale rol bij de toegang tot schuldhulpverlening. Voor toelating tot de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen moet de schuldenaar te goeder trouw zijn bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. Deze toets voorkomt dat wie bewust schulden heeft laten ontstaan of bewust niet heeft betaald, gebruik kan maken van deze regeling.
De beoordeling van goede trouw in dit verband heeft zowel een subjectieve als een objectieve component. Het gaat niet alleen om de intenties van de schuldenaar, maar ook om de vraag of een redelijk handelend persoon in vergelijkbare omstandigheden anders zou hebben gehandeld. Deze toets kent een morele dimensie: wie onverantwoord heeft geleefd of schuldeisers bewust heeft benadeeld, verdient geen 'schone lei'.
Boek bekijken
Goede trouw en bezit: tijdsdimensies
Het onderscheid tussen bezitters te goeder en te kwader trouw is ook relevant voor verjarings- en verkrijgingsregels. Een bezitter te goeder trouw – die meent rechthebbende te zijn – geniet bepaalde voordelen ten opzichte van een bezitter te kwader trouw. Zo kunnen voor hen verschillende verjaringstermijnen gelden, en heeft een bezitter te goeder trouw recht op vergoeding van door hem gemaakte kosten.
Het moment waarop goede trouw wordt beoordeeld, verschilt per rechtsfiguur. Bij verkrijging van roerende zaken is de goede trouw op het moment van verkrijging bepalend; latere kwade trouw doet aan een geldige verkrijging niets af. Bij acquisitieve verjaring daarentegen moet men gedurende de gehele verjaringsperiode te goeder trouw zijn geweest.
Boek bekijken
De ethische dimensie: goede trouw als moreel beginsel
Hoewel goede trouw een juridisch begrip is, heeft het ook een onmiskenbare morele lading. Het appelleert aan fundamentele deugden als eerlijkheid, betrouwbaarheid en loyaliteit. In een tijd waarin regelgeving steeds complexer wordt en waarin partijen steeds vaker zoeken naar de grenzen van wat juridisch toegestaan is, herinnert het beginsel van goede trouw eraan dat niet alles wat mag ook hoort.
Deze spanning tussen formele legaliteit en materiële legitimiteit manifesteert zich in vele terreinen van het maatschappelijk leven. Bedrijven die formeel aan alle regels voldoen maar zich niettemin schuldig maken aan belastingontwijking of andere praktijken die als moreel verwerpelijk worden ervaren, kunnen zich niet verschuilen achter de letter van de wet. Goede trouw vraagt om meer: om handelen in overeenstemming met de geest van de wet en met maatschappelijke verwachtingen.
Conclusie: goede trouw als blijvende maatstaf
Goede trouw blijft, ook nu het in het burgerlijk recht formeel is opgegaan in redelijkheid en billijkheid, een fundamenteel rechtsbeginsel. Het crystalliseert de gedachte dat recht meer is dan het mechanisch toepassen van regels. Juridische verhoudingen zijn menselijke verhoudingen, waarin partijen zich loyaal en eerlijk tegenover elkaar dienen te gedragen.
In een steeds complexere samenleving, waarin rechtsverhoudingen talrijker en ingewikkelder worden, biedt het beginsel van goede trouw een ankerpunt. Het fungeert als correctiemechanisme wanneer strikte regeltoepassing tot onbillijke uitkomsten zou leiden. Tegelijkertijd stelt het grenzen aan opportunisme en calculerend gedrag. Wie in juridische relaties stapt, aanvaardt niet slechts formele verplichtingen, maar ook de ongeschreven norm van eerlijk en integer handelen.
Deze tijdloze waarde maakt goede trouw tot meer dan een juridisch-technisch begrip. Het is een rechtsbeginsel dat de brug slaat tussen recht en rechtvaardigheid, tussen regelgeving en maatschappelijke verwachtingen. In die hoedanigheid blijft het van onverminderd belang voor rechtsbeoefenaars, rechtszoekenden en allen die deelnemen aan het rechtsverkeer.