trefwoord
DNA-bewijs: zekerheid of schijnzekerheid in de rechtszaal?
DNA-bewijs wordt in de volksmond gezien als het meest onomstotelijke bewijs dat er bestaat. Een verdachte wiens DNA op de plaats delict is aangetroffen, is toch schuldig? In de praktijk blijkt het antwoord op die vraag aanmerkelijk minder eenvoudig. DNA-sporen kunnen besmet raken, mengprofielen zijn moeilijk te interpreteren, en statistische kansen worden in de rechtszaal zelden goed begrepen. De boeken op deze pagina tonen vanuit uiteenlopende invalshoeken — rechtswetenschappelijk, forensisch-psychologisch en journalistiek — hoe complex DNA-bewijs in de werkelijkheid is.
Boek bekijken
DNA-bewijs in spraakmakende zaken
Niets maakt de kracht én de kwetsbaarheid van DNA-bewijs zo tastbaar als concrete strafzaken. In een reeks casusboeken — merendeels uitgebracht door de Vrije Universiteit Amsterdam — worden bekende Nederlandse moordzaken van binnenuit geanalyseerd. Steeds opnieuw blijkt dat DNA-sporen weliswaar een cruciaal onderdeel van het bewijs vormen, maar dat de interpretatie ervan voor de nodige discussie zorgt.
In De gescheurde nagel draait de hele zaak om DNA dat onder de nagels van het slachtoffer werd aangetroffen. Shosha Wiznitzer en haar medeauteurs onderzoeken kritisch hoe dit bewijs werd gewogen en welke alternatieve verklaringen mogelijk waren.
Boek bekijken
Boek bekijken
Auteurs die schrijven over 'DNA-bewijs'
Peter van Koppen: de som van alle bewijs
Peter van Koppen, hoogleraar rechtspsychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit Maastricht, is de meest invloedrijke Nederlandse wetenschapper op het snijvlak van recht en psychologie. Hij duikt in tal van spraakmakende strafzaken en trekt keer op keer dezelfde conclusie: bewijs — ook DNA-bewijs — moet in samenhang worden beoordeeld, nooit op zichzelf.
Spotlight: Peter van Koppen
Boek bekijken
Wanneer DNA de onschuld bewijst: de Deventer moordzaak
Geen Nederlandse strafzaak illustreert de gevaren van verkeerd geïnterpreteerd DNA-bewijs beter dan de Deventer moordzaak. Ernest Louwes werd veroordeeld voor de moord op Marion Blokhuis, terwijl er DNA-materiaal op de plaats delict aanwezig was dat eerder op zijn onschuld wees dan op zijn schuld. De zaak leidde tot twee tegengestelde boekhoudingen van hetzelfde bewijs — afhankelijk van wie er keek.
Spotlight: Ton Derksen
Boek bekijken
Boek bekijken
Vrijspraken en de bewijslast
Niet alleen veroordelingen roepen vragen op. Ook vrijspraken in zware strafzaken zijn het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek. Lonneke Stevens, voormalig hoogleraar strafprocesrecht aan de VU, analyseerde in haar onderzoek hoe rechters omgaan met DNA-bewijs wanneer de verdediging alternatieve verklaringen aandraagt. Haar bevindingen zijn ontnuchterend: de rechterlijke inschatting van de bewijswaarde van DNA laat geregeld te wensen over.
Boek bekijken
Recht is te belangrijk om alleen aan juristen over te laten
Dat DNA minder 'hard' is dan het in de rechtszaal soms lijkt, is de centrale these van Marijke Malsch. Als senior onderzoeker bij het NSCR én raadsheer-plaatsvervanger kent zij de rechtspraktijk van binnenuit. Haar punt: juristen begrijpen forensische wetenschap onvoldoende, en forensisch wetenschappers begrijpen het recht onvoldoende. Die kloof heeft gevolgen.
Spotlight: Marijke Malsch
Boek bekijken
DNA in concrete moordzaken
In een reeks casusboeken van de VU worden afzonderlijke strafzaken van a tot z doorgelicht, steeds met bijzondere aandacht voor de rol van forensisch bewijs. DNA speelt in vrijwel elk geval een betekenisvolle rol — soms als hoofdbewijs, soms als ondersteunend element, soms als bron van twijfel. Guillaume Beijers en Jasper van der Kemp zijn vaste namen in deze reeks.
Boek bekijken
Boek bekijken
De Warnsveldse pompmoord DNA-bewijs is zelden op zichzelf doorslaggevend. De waarde ervan hangt af van hoe het spoor is veiliggesteld, wat de mogelijke besmettingsrisico's zijn en hoe het past bij de overige bewijsmiddelen.
De Maastrichtse zaak en de grenzen van forensisch bewijs
Ook in de zaak rond Antonio Torres stonden DNA-sporen op de plaats delict centraal. Maar aanwezigheid van DNA hoeft niet te betekenen dat de verdachte de dader is — een gegeven dat in de rechtszaal soms onvoldoende gewicht krijgt.
Boek bekijken
DNA-bewijs in de verbeelding: literatuur als spiegel
Niet alleen wetenschappelijke literatuur legt de vinger op de zere plek. John Grishams werk over gerechtelijke dwalingen is doordrenkt van verontwaardiging over hoe het systeem kan falen — en over hoe DNA-bewijs zowel kan veroordelen als vrijpleiten. Zijn boeken bereiken een breed publiek en dragen bij aan maatschappelijke bewustwording over de kwetsbaarheid van het strafrecht.
Boek bekijken
Conclusie: DNA-bewijs vraagt om kennis én bescheidenheid
De boeken op deze pagina laten gezamenlijk zien dat DNA-bewijs een krachtig maar tegelijk kwetsbaar instrument is. Mengprofielen zijn moeilijk te interpreteren, statistische kansen worden in rechtszalen zelden goed begrepen, en de herkomst van een DNA-spoor zegt niet altijd wat we denken dat het zegt. Wie de rechtspraktijk rond DNA-bewijs serieus wil begrijpen, doet er goed aan niet bij één boek te blijven. De werkelijkheid is veellagig — en dat geldt voor DNA-bewijs evenzeer.