‘Onzin, het staat toch in de Bijbel!’ Ik schrok me kapot. Ik kan mij niet meer herinneren of ik, in slaap gesukkeld tijdens de preek, ook wakker schrok. Want over welke woorden van de predikant de kerkganger zich boos maakte, weet ik niet meer. Wat duidelijk was, was dat hij het in ieder geval niet eens was met wat de voorganger net had gezegd. Ik vermoed dat de beste man iets had gedeeld wat inging tegen een gangbare uitleg van een bepaalde bijbeltekst of -passage. En dit pikte de toehoorder niet. Over wat er in de Bijbel staat, viel blijkbaar niet te discussiëren.
Er is een tijd geweest dat ik die opgewonden kerkganger had kunnen zijn. Ik kom uit een kerkgemeenschap waar alle vragen keurig waren afgetikt met heldere antwoorden. De Bijbel was van begin tot eind Gods Woord en voor alle onduidelijkheden en tegenstrijdigheden was er een logisch, vaak wat gekunsteld, antwoord. En ja, dan moet een voorganger niet opeens met een andere exegese komen. Zeker niet wanneer hij hiermee de door mij geleerde waarheid in twijfel trok.
Rotsvaste overtuigingen bevragen
Er zijn sindsdien heel wat jaren voorbijgegaan. Jaren waarin ik toch stapje voor stapje, tot het een hard rennen werd, mijn rotsvaste overtuigingen begon te bevragen. Aan de hand van auteurs als Brian McLaren, Peter Enns, N.T. Wright, Brian Zahnd en John Walton begon ik de Bijbel anders te lezen.
Van de laatste, een oudtestamenticus en hoogleraar, leerde ik bijvoorbeeld dat de Bijbel voor ons is geschreven, niet aan ons. Met andere woorden: de Bijbel is duizenden jaren geleden geschreven door specifieke auteurs die zich richtten tot een specifiek publiek in een specifieke cultuur. Zij spraken de taal en deelden de concepten van hun tijdgenoten. Wij zijn als het ware ‘indringers’ die meeluisteren met een gesprek dat niet direct voor onze moderne, wetenschappelijke context bedoeld was. Hoewel we niet de primaire ontvangers zijn, bevat de tekst wel een universele en goddelijke boodschap die blijvende autoriteit heeft voor gelovigen van alle tijden.
Peter Enns waarschuwt in zijn boek The Bible Tells Me So dat we moeten stoppen met het behandelen van de Bijbel als een ‘gedownload document uit de hemel’ dat boven de menselijke geschiedenis staat. Erken de menselijkheid van de tekst, accepteer de spanningen die erin staan en gebruik die ruimte om te groeien in wijsheid in plaats van in stellige zekerheid.
Sinds het lezen van deze auteurs krijg ik steeds meer jeuk van de stelligheid waarmee christenen hun waarheid deponeren als dé waarheid. Want dat die waarheid blijkbaar niet zo helder is, bewijzen de talloze meningsverschillen die christenen onderling hebben.
Zo kan ik mij in niets vinden in de evangelicals die met de Bijbel in de hand Trump en co aan de macht hielpen en nog steeds verdedigen. Ook sta ik mijlenver van het stellige geloof van andere christenen die aan de hand van de nodige Bijbelteksten beweren dat God ons rijkdom en gezondheid belooft. Of neem de christenen die als de dood zijn voor God, omdat ze ervan overtuigd zijn dat ze, zolang ze geen stemmetje hebben gehoord, gedoemd zijn tot eeuwige verdoemenis.
En zo kan ik nog wel even doorgaan. Dé christen bestaat niet, omdat dé bijbeluitleg ook niet bestaat.
Echt gebeurd?
Maar goed, wat moeten we dan met de Bijbel? In haar boek Is de Bijbel echt gebeurd? stelt Jirska van Hooijdonk dat we de Bijbel in onze imaginaire boekenkast niet meer bij de geschiedenisboeken moeten zetten, maar bij de theologische literatuur. Van Hooijdonk betoogt dat er een alternatief is voor het ‘alles-is-echt-gebeurd-geloof’ zonder de waarde van de Bijbel én je geloof in een God te verliezen.
Eerlijk is eerlijk: ik had dit boek jaren geleden niet moeten lezen. Ik had het aan de kant gelegd en als ‘vrijzinnig’ bestempeld, zonder de argumentatie van de auteur ook maar een seconde serieus te onderzoeken. Van de Bijbel blijf je immers af. Punt. Zonder te beseffen dat er juist veel meer waarde in de 66 verschillende bijbelboeken zit wanneer ik ze steeds beter leer lezen vanuit de juiste context.
En, zo besef ik nu ook: dit kan ik niet alleen. Want ik mag dan wel een paar jaar theologie hebben gestudeerd, ik huiver er inmiddels een beetje voor om de Bijbel open te slaan zonder daarnaast ook kenners van de bijbelse tijd te raadplegen, om de teksten die ik lees vanuit de juiste context te verklaren.
‘Het staat toch in de Bijbel’ is voor mij niet genoeg meer. Sterker: ik vlucht er steeds meer voor weg. Het is te kortzichtig. Te plat. Te ik-gericht ook. Alsof God eigenhandig de Bijbel speciaal aan ons geschreven zou hebben. Meer en meer realiseer ik mij dat we hiermee zowel de schrijvers van de teksten als de ontvangers uit die tijd tekortdoen.
Geen geschiedenisboek
En toch, toch vond ik het lezen van Is de Bijbel echt gebeurd? af en toe best spannend. Wat zou er overblijven van wat ik nog wel geloof als waargebeurd, in de zin dat het historisch heeft plaatsgevonden?
Van het letterlijke bestaan van Adam en Eva heb ik al een tijdje afscheid genomen. Maar hoe zit het met de veertig jaar durende reis van het volk Israël door de woestijn, na de bevrijding uit de slavernij in Egypte? En hoe historisch juist moet ik alle verhalen over koning David nog zien? En die van Jona? En die van heldin Esther? Of, en daar zat vooral mijn spanning: die van Jezus?
Van Hooijdonk schrijft dat de schrijvers van de bijbelboeken een eigen doel voor ogen hadden, met een eigen doelgroep. ‘Voor de auteurs en redacteuren van de Bijbel waren dit hun tijdgenoten, de mensen uit hun eigen kring.’
De belangrijkste les hiervan is dus dat we teksten nooit lukraak op onszelf mogen toepassen. Nogmaals: het is gewoonweg een te simplistische manier van de Bijbel lezen.
Durven we het als optie te zien dat sommige verhalen uit de Bijbel verzonnen zijn? Niet om te liegen, maar om een boodschap over te brengen. Dat is een vorm van storytelling die door de eeuwen heen wordt gebruikt. Dat geldt, en nu ga ik ongetwijfeld iets gevaarlijks zeggen, ook voor veel sprookjes: die zijn vaak ontstaan omdat de schrijvers ervan een boodschap wilden overbrengen.
Of, en dit is minder gevaarlijk om te stellen: Jezus vertelde gelijkenissen om zijn boodschap duidelijk te maken. Het doel van verhalen hoeft dus niet te zijn dat ze feitelijk of historisch waargebeurd zijn, maar dat ze iets overbrengen. Of Jona nu in die vis heeft gezeten, of überhaupt heeft bestaan, is dan ook helemaal niet zo belangrijk. Waar het de auteur van dit verhaal om ging, was het overbrengen van een boodschap.
Jezus
Maar zoals ik al schreef, zat bij mij de spanning bij het lezen van dit boek in de verklaring die Van Hooijdonk zou geven over het bestaan van Jezus en de verhalen over hem. Want ook al ben ik veel van mijn vaste overtuigingen van vroeger verloren, Jezus blijft voor mij de kern.
Al moet ik ook nu zeggen dat ik niet meer op een bierviltje kan uittekenen wat nu de kern van het Evangelie is. Iets wat ik vroeger letterlijk nog weleens in de kroeg deed. Wat er aan het kruis gebeurde, is voor mij veel mysterieuzer geworden. En daarmee groter. Maar dat er iets bijzonders aan het kruis gebeurde, staat voor mij wel vast. Als historisch waargebeurd. En ook de opstanding van Jezus zie ik niet als ‘slechts’ een verhaal met een mooie boodschap van hoop.
Van Hooijdonk wacht tot het laatste hoofdstuk om haar ideeën over Jezus te delen. ‘Historisch gezien is het verantwoord te stellen dát Jezus heeft geleefd als Joodse rabbi.’ Pfoe… Dat scheelt weer. ‘Ook dat hij een bijzondere rol heeft gespeeld voor zijn volgelingen.’
Maar zij schrijft ook: ‘Wie de evangeliën leest, is niet beland in de historische werkelijkheid van Jezus. […] Loslaten dat het historisch moet kloppen, maakt dat we minder hoeven te struikelen over verschillen in details tussen de verhalen.’
En wat schrijft Van Hooijdonk over de dood en opstanding van Jezus? ‘Historisch gezien zullen we wat dit betreft in het ongewisse blijven, maar het theologische belang van de opstanding is groot.’ Ze citeert vervolgens uit de brief aan de Romeinen: ‘Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt, zit aan de rechterhand van God en pleit voor ons.’
Hoe dit precies zit? Ik heb geen idee (meer). Maar ik geloof het nog wel.
Over Henk Jan Kamsteeg
Henk Jan Kamsteeg is eigenaar van het trainingsbureau Proistamenos. Hij geeft trainingen en keynotes op het gebied van o.a. dienend leiderschap, inclusief leiderschap en storytelling. Daarnaast is hij auteur van diverse boeken zoals Dienend leiderschap, Spreken met passie; de kracht van storytelling, Inclusief leiderschap en De onzichtbare drempel; de cruciale stap naar dienend leiderschap.