Recensie

Hoe ouder, hoe beter - Ouderdom als cognitieve oogstfase

In haar recensie van Hoe ouder, hoe beter laat Elmas Duduk zien hoe Daniel J. Levitin het westerse tekortdenken over ouderdom overtuigend doorbreekt. Met inzichten uit neurowetenschap, psychologie en gerontologie schetst die ouder worden niet als achteruitgang, maar als een fase waarin wijsheid, emotionele stabiliteit en oordeelsvermogen juist tot volle wasdom komen.

Elmas Duduk | 10 februari 2026 | 3-5 minuten leestijd

Een correctie op het westerse verliesframe over ouderdom!

Ouder worden wordt in de westerse wereld doorgaans benaderd als achteruitgang. In beleid en publieke opinie domineert een economisch en medisch tekortmodel, waarin de nadruk ligt op zorglast, verminderde arbeidsdeelname en oplopende kosten. Tegenover dit tekortenparadigma plaatst Daniel J. Levitin een radicaal ander perspectief: ouderdom als cognitieve oogstfase. Op basis van neurowetenschap, psychologie en gerontologie laat hij zien dat veroudering niet alleen verlies betekent, maar ook groei brengt in wijsheid en emotionele stabiliteit.

Het boek is opgebouwd uit drie delen, waarin respectievelijk de neurocognitieve ontwikkeling, leefstijl en veerkracht, en de culturele waardering van ouderdom centraal staan.

Het brein in perspectief

In het eerste deel beschrijft Daniel J. Levitin de ontwikkeling van het brein over de levensloop. Het idee van lineaire achteruitgang wordt overtuigend weerlegd: cognitieve functies veranderen ongelijk en niet in hetzelfde tempo. Vooral besluitvorming, patroonherkenning en intuïtief oordeel nemen op latere leeftijd vaak toe. Het geheugen blijkt minder defect dan selectief te werken: niet elk detail wordt opgeslagen, maar het brein wordt beter in het vasthouden van informatie die betekenis en samenhang heeft.

Levitin maakt complexe processen toegankelijk zonder aan wetenschappelijke precisie in te boeten. Daarmee ontstaat een ander perspectief op ouderdom: niet als eindfase, maar als cognitieve herschikking waarin prioritering, overzicht en relativeringsvermogen groeien. Die duiding is relevant in een samenleving die snelheid beloont en ervaring structureel onderschat.

Leefstijl en cognitieve veerkracht

Het tweede deel bespreekt factoren die gezond cognitief ouder worden ondersteunen. Voeding, slaap, beweging, stressregulatie, sociale interactie en zingeving vormen samen een veerkrachtsysteem. Beweging krijgt een prominente plaats, omdat het het aanpassingsvermogen van het brein versterkt en samenhangt met groei in hersengebieden die belangrijk zijn voor geheugen en motivatie. Ook sociale interactie wordt overtuigend gepositioneerd als cognitieve stimulans, omdat omgaan met anderen flexibiliteit en oordeelsvorming vraagt die moeilijk te vervangen zijn door training of techniek.

Voeding en stofwisseling worden nuchter behandeld, zonder hypes. Ontstekingsbelasting, voedingsstoffen en darmgezondheid worden verbonden met hersenwerking en stress. Slaap is essentieel voor herstel en geheugenopbouw. Daarnaast tellen coping, zingeving en relaties nadrukkelijk mee: emotionele vaardigheden blijken cruciaal voor veerkrachtig ouder worden.

De kern is helder: ouder worden is geen passief proces, maar het resultaat van keuzes en omstandigheden.

Culturele waardering en maatschappelijk perspectief

Het derde deel verlegt de aandacht van biologie naar cultuur en maatschappelijke waardering. De manier waarop samenlevingen naar ouderdom kijken, blijkt sterk bepalend voor hoe het potentieel van latere levensfasen wordt benut. In verschillende oosterse tradities geldt ouderdom als bron van wijsheid en stabiliteit, terwijl in westerse contexten vooral productiviteit en snelheid de norm zijn. Daardoor dreigt ervaring ondergewaardeerd te raken.

De analyse leidt tot een ongemakkelijke maar relevante vraag: waarom wordt cognitief en relationeel kapitaal dat zich vaak pas op latere leeftijd volledig ontwikkelt zo beperkt ingezet? Juist in domeinen als bestuur, zorg, onderwijs en publieke dienstverlening zijn oordeelsvermogen en contextkennis van grote waarde, maar institutionele erkenning blijft achter.

Dit deel maakt zichtbaar dat de gangbare westerse kijk op ouderdom minder vanzelfsprekend en minder rationeel is dan vaak wordt aangenomen. Het voortijdig afschrijven van ouderen is daarmee niet alleen onwenselijk en inefficiënt, maar leidt ook tot verlies van maatschappelijk kapitaal.

Kritische kanttekening

Ondanks de overtuigende analyse kent het boek twee beperkingen. Ten eerste ontbreekt een expliciete reflectie op sociale ongelijkheid. De leefstijl- en veerkrachtbenadering veronderstelt toegang tot tijd, middelen, zorg en autonomie. Voor grote groepen is die toegang niet vanzelfsprekend.

Daarnaast veronderstelt de benadering een hoge mate van individuele motivatie en veranderbereidheid. In werkelijkheid is actieve betrokkenheid bij leefstijl en zelfregie niet vanzelfsprekend, waardoor het handelingsperspectief voor een deel van de doelgroep slechts beperkt realiseerbaar is.

Concluderend

Hoe ouder, hoe beter doorbreekt het dominante westerse tekortnarratief over ouder worden en confronteert de lezer met de vraag wat verloren gaat wanneer ouderdom uitsluitend wordt bezien vanuit kosten en risico’s. De gangbare kijk, waarin ouderen vroegtijdig worden afgeschreven, blijkt niet alleen eenzijdig, maar ook feitelijk onjuist en maatschappelijk onverstandig. Impliciet pleit het werk voor een herwaardering van latere levensfasen, niet uit sentiment, maar op basis van aantoonbare kwaliteiten die juist op hogere leeftijd tot volle wasdom komen.

Over Elmas Duduk

Elmas Duduk is psycholoog en bedrijfskundige. Als expert Lerende Organisaties en Veranderkundige begeleidt zij gerenommeerde organisaties bij complexe verandertrajecten, inrichtingsvraagstukken en kennismanagement. Zij is auteur van de boeken Crossmenstorschap en Comforttransitie

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

    Personen

      Trefwoorden