Met zo’n achternaam is het mooi om een boek aan het thema ‘wachten’ te wijden. En vanzelfsprekend kan dat dan niet je eerste boek zijn, maar moet je een tijdje wachten voor je dat thema bij de kop pakt. Als ik goed geteld heb, is het intussen zijn achtste boek. Maar nu is het dan zover: het nieuwe boek van Dirk De Wachter ligt in de winkels, over wachten als levenshouding. En het stelt niet teleur: het was het wachten waard!
mijmeringen
Mooi hoe er allerlei aanleidingen zijn om het over wachten te hebben: een bakkersbezoek, Parijse kerkhoven, poëzie, de medische praktijk, vissen en breien en het naderende pensioen. Het leidt tot het aangename soort mijmeringen waar De Wachter beroemd en geliefd mee is geworden. Met een boek is wachten minder erg. Maar we zijn het verleerd om ergens op te wachten en ernaar uit te kijken; alles moet nu en onmiddellijk en wordt thuisbezorgd.
watchful waiting
In zijn medische praktijk ziet De Wachter wat geduld vermag, de rustige aandacht die hij typeert als ‘watchful waiting’. Hij benadrukt het belang van een wachtruimte als ‘reflectiekamer’, waar zijn patiënten hun voorbereidende denkwerk kunnen doen. En hij laat met voorbeelden zien hoe een gedwongen opname alleen in uiterste nood te legitimeren valt, zoals bij de zwijgende André die zichzelf karakteriseert als ‘een insect in een barnsteen’. Maar de balans is en blijft aartsmoeilijk, ook wanneer je al lang in het vak zit.
filosofen en dichters
Er komen meerdere filosofen voorbij in dit boek, zoals Levinas, Sartre (die door De Wachter fijntjes gecorrigeerd wordt: de hel, dat zijn niet de anderen, maar dat is juist het gebrek aan anderen), Arendt en Bergson. En een rijtje dichters, zoals Maud Vanhauwaert, van wie ‘Soms is het gewoon wachten’ op een gebouw bij de Antwerpse haven staat. En Vasalis, wiens gedicht Eb (met als eerste regel ‘Ik trek mij terug en wacht’) de essentie van het wachten verwoordt en het boek ook afsluit.
flaneur
De Wachter breekt een lans voor de combinatie wandelen en wachten, zoals bij een flaneur die nergens naartoe hoeft. Hij geeft ons mee dat ook bij loopbaanplanning wachten een deugd kan zijn, in plaats van te snel promotie maken: het is ook wat waard om met de jaren beter te worden en te groeien in je functie, en om te wachten op levenswijsheid en ervaring. Ook in de liefde kan wachten lonen, als je je uiteindelijke keuze maar bemint en niet eeuwig blijft twijfelen.
Begraafplaatsen zijn uitstekende plekken om te wachten, en datzelfde geldt voor musea. Zorg dan wel dat je voldoende rust en tijd hebt om op een bankje te gaan zitten.
consequent
Aardig hoe De Wachter memoreert dat hij volgens zijn vrouw eigenlijk altijd hetzelfde vertelt. ‘Jawel, mijn denken is consequent. Maar het is goed om een partner te hebben die je met de voeten op de grond houdt.’
In het laatste hoofdstuk reflecteert de auteur op wat hem nog wacht als hij in de loop van dit jaar met emeritaat gaat, al is hij niet van plan om echt te stoppen met werken. Maar hij wil daarnaast eindelijk Proust gaan lezen en alle straten van Parijs nog bewandelen. En hij wil zich blijven verwonderen.
Het boek is mooi geïllustreerd met tekeningen van Paul Verrept. En het motto komt van Leonard Cohen: ‘Baby I’ve been waiting / I’ve been waiting night and day / I didn’t see the time / I waited half my life away.’ Zoals op de achterkant vermeld wordt, is het boek bedoeld als pleidooi voor bedachtzaamheid én engagement: de kunst van aandachtige verbinding. Laten we dat ter harte nemen en ons erin oefenen - het loont de moeite!
Over Rogier van der Wal
Rogier van der Wal is lector bij een hogeschool met een achtergrond in klassieke talen, filosofie en bestuurskunde. Hij is tevens actief als literair vertaler, als musicus en als voorzitter van een lokale Rekenkamer.