Interview

Robbert van Empel

‘De tijd om het over AI te gaan hebben is nú’

AI is inmiddels zo slim dat het onze controle te boven dreigt te gaan, schrijft AI-denker Robbert van Empel in De Grote Verandering. Toch is het nog steeds mogelijk om de regie in eigen hand te houden. ‘Deel je zorgen met tien invloedrijke mensen uit je netwerk.’

Jeroen Ansink | Mirjam van der Linden | 12 juni 2026 | 5-7 minuten leestijd

Wat bedoelt u met de grote verandering uit de titel van uw boek?

We staan op het punt van een enorme paradigmaverschuiving die het gevolg zal zijn van vier fundamentele en elkaar versterkende deelveranderingen. Om te beginnen zijn de ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie sinds de introductie van het baanbrekende ChatGPT alleen nog maar sneller gegaan. Daarnaast wordt schone energie, die je nodig hebt om al die elektriciteitsslurpende AI te laten draaien, in hoog tempo steeds goedkoper. Ten derde dragen we in onze telefoons, smart watches en andere gadgets steeds meer sensoren met ons mee, die AI van de benodigde data kunnen voorzien.

En ten slotte, en dat is misschien nog wel de meest bizarre ontwikkeling van allemaal, heeft de biotechnologie inmiddels een gigantische vlucht genomen, waarmee we ook de organische wereld steeds meer naar onze hand kunnen zetten. Op die manier krijgen we in de toekomst naast artificial ook organoid intelligence, waarbij we een computer niet bouwen met siliciumchips, maar met menselijke cellen, omdat die vele malen energiezuiniger zijn dan de meest geavanceerde transistors. Wetenschappers in Australië zijn er al in geslaagd om hersenen te laten groeien in een soort van vat. Daarmee kun je computerspelletjes aansturen. De wisselwerking tussen al die verschillende technologische doorbraken zullen leiden tot een gigantische kennisexplosie en toekomst die niet alleen volstrekt onvoorspelbaar, maar ook onvoorstelbaar is.

Volgens de befaamde Stanford-futuroloog Roy Amara (1925-2007) hebben we bij nieuwe technologie de neiging om de kortetermijneffecten te overschatten en de langetermijneffecten juist te onderschatten. Is dat hier ook het geval?

Maar wat ik tot nu toe merk is dat de impact ook op de korte termijn al onderschat wordt. Veel voorspellingen rondom AI zijn nog sneller uitgekomen dan verwacht, ook door mij. Waar kunstmatige intelligentie in 2023 nog werd vergeleken met een Nederlandse brugklasser en twee jaar later als een hoogleraar, zien we inmiddels dat AI al in staat is om telkens nieuwe en betere varianten van zichzelf te ontwikkelen, waarmee het hek helemaal van de dam is. Sommige wetenschappers houden bijvoorbeeld al serieus rekening met een toekomst waarbij je, net zoals een appel nu, een iPhone van een boom zult kunnen plukken.

Toch zien veel mensen AI vooralsnog alleen als een hulpmiddel om Sinterklaasgedichten te schrijven of content voor TikTok te maken.

Dat is een van de risico’s die we als samenleving momenteel lopen. Als we niet zien wat er onder de oppervlakte speelt en wat er allemaal al mogelijk is, verhoogt dat de kans dat we AI te weinig of op de verkeerde manier gaan gebruiken, waarmee we de grip op de toekomst dreigen te verliezen. Zo zal de zelfrijdende auto waarschijnlijk een eind maken aan de chauffeur, een van de meest voorkomende beroepen ter wereld.

Om toezicht te houden op al die autonoom rijdende voertuigen komt daar wellicht de baan van data- of systeemcontroleur voor in de plaats, maar daar zal slechts een fractie van de werklozen mee gediend zijn. De rest zal nog voordat ze goed en wel beseffen wat er is gebeurd naar de zijlijn verbannen zijn.

U schetst nog meer doemscenario’s die zomaar werkelijkheid zouden kunnen worden. Cyberoorlogen, killer-robots, een app waarmee Jan en allemaal op een zolderkamertje een levensgevaarlijk, besmettelijk virus in elkaar kan knutselen...

Allemaal mogelijk. AI is inmiddels zo slim dat het onze controle te boven dreigt te gaan. In het boek geef ik het voorbeeld van een ingenieur die een AI-programma probeerde uit te schakelen en vervolgens een dreigmail kreeg over een buitenechtelijke affaire die hij zou hebben. Zonder te weten wat chantage was had een tegenstrubbelend systeem zijn persoonlijke correspondentie gescand op zwakke plekken, om die vervolgens te gelde te maken. En een gebrek aan regulering maakt zo’n doemscenario alleen nog maar waarschijnlijker.

Hoe kunnen we dan toch zelf de regie houden?

Een van de eerste dingen die je kunt doen is je privacy op orde brengen. Als je het leuk vindt om in een gratis applicatie AI-afbeeldingen van jezelf te maken, besef dan wel dat je gezicht daarmee in het systeem terechtkomt, waardoor het op een gegeven moment mogelijk wordt om jou na te maken en bijvoorbeeld identiteitsfraude te plegen. Als je kiest voor tools waarvoor je betaalt, kun je ervan uitgaan dat je gebruikersdata een stuk beter worden beschermd.

Daarnaast zou ik mensen willen adviseren om elke week een uurtje met AI te gaan experimenteren om kleine probleempjes op te lossen, bijvoorbeeld bij het schrijven van emails of het aansturen van een virtuele assistent. Als we een beter beeld hebben van wat AI precies is, en welke gevaren er al zijn en mogelijk nog komen, kunnen we collectief het gesprek aangaan over wat we hier nu precies mee willen. Als iedereen tien invloedrijke mensen in zijn of haar netwerk benadert, zal die discussie zich verspreiden als een olievlek, om uiteindelijk ook bij de politiek terecht te komen. Beleidsmakers zullen pas in actie komen als ze de druk van onderaf voelen.

Hebben we daar wel tijd voor?

Het gaat inderdaad erg snel. Waar onderzoekers een half jaar geleden nog stelden dat de intelligentie van AI elke zes maanden verdubbelt, is dat nu al elke vier maanden. Dus als je het gevoel hebt dat je het niet bijhouden, dan klopt dat, want dat kan niemand. Dan kun je óf de handdoek in de ring gooien, óf met z’n allen proberen om bij te blijven. Al is dat misschien wensdenken.

Wat zal in de grote verandering hetzelfde blijven?

De menselijke interactie, en dat is misschien nog het meest positieve aan de hele ontwikkeling. AI kan zich dan wel sneller en beter dan de beste advocaat door allerlei wetsteksten worstelen, maar bij juridisch advies rond de aankoop van een huis wil je wel dat een notaris het nog even checkt en uitlegt. Net zoals je in een ziekenhuisbed liever de hand van een verpleegkundige dan van een robot vasthoudt. Het optimistische scenario is dat, naarmate we minder hoeven te werken, burn-outs zullen verdwijnen en meer tijd over zullen hebben om aan leuke dingen te besteden, bijvoorbeeld met vrienden en familie.

Al heb je daar wel een soort basisinkomen voor nodig.

Precies. En de tijd om het daarover te gaan hebben is nu.

Hoe bereiden we ons voor op een toekomst waarin kunstmatige intelligentie steeds autonomer wordt, werk fundamenteel verandert en technologie steeds dieper doordringt in ons dagelijks leven? In De grote verandering onderzoekt Robbert van Empel wat deze ontwikkelingen betekenen voor organisaties, beleid en samenleving. Bestel het boek bij Managementboek.

Over Jeroen Ansink

Jeroen Ansink is journalist in New York. Hij schrijft en schreef onder meer voor HP/De Tijd, Elsevier Weekly Magazine en Fortune.com. Voor Managementboek schrijft hij interviews. Ansink voltooide een vrij doctoraal in de Letteren aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en behaalde het certificaat Business Journalism aan de Wharton Business School aan de Universiteit van Pennsylvania.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boek bij dit artikel

    Personen

      Trefwoorden